Mee
Op het opabankje

Oudemannengezeur, pensionadogedachtes en opa-ervaringen.

Mee

17 februari 2018

Na dagen wachten, is het voor kleinzoon Jonas (2) dan bijna zover: het pasgeboren babybroertje komt met mama naar huis en papa fietst niet meer telkens op en neer tussen hem en het ziekenhuis maar blijft gewoon. Ook tijdens de voorbereiding, want het babybedje moet nog in elkaar geschroefd. Jonas volgt het aanslepen van de onderdelen uit de berging en de pogingen van zijn papa om die paar klikbewegingen terug te vinden waarmee het geheel zijn vorm moet krijgen. Voor dat zover is, overziet Jonas de gevolgen van deze knutselarbeid al.
'Waar is de kamer van de baby?', vraagt hij aan zijn vader.
'De baby heeft geen kamer. Jij wel, hè?'
Zijn poging om dit avontuur voor Jonas een aantrekkelijke grote-broer-glans mee te geven, lijkt even te lukken. Hij komt mij tenminste halen om te laten zien dat hij inderdaad een eigen kamer heeft met een eigen bed erin. Maar terwijl hij nog bezig is mij in deze bekende wereld opnieuw in te wijden, ziet hij zijn vader het babybedje dat inmiddels in elkaar zit richting de grote slaapkamer duwen. Direct rent Jonas achter hem aan, alsof hij zichzelf kwalijk neemt pas zo laat de echte toedracht te snappen en wat verloren tijd in wil halen.
'Waar sláápt de baby?', vraagt hij aan zijn vader die het knus ingerichte bedje gezellig naast het grote bed van papa en mama parkeert.
'Oh', zegt die zo onverschillig mogelijk. 'Hier ergens.'

Jonas reageert niet. In de huiskamer maakt hij even later op de bordjes die we samen uit een stuk plastic hebben geknipt een feestmaal klaar van rode en witte plusplus-bouwsteentjes. Brunost met honing, legt hij uit. 'Lekker opa.' Voor iedereen zet hij een bordje klaar, ook voor de baby. Wanneer hij bij de plek is aangeland die hij voor zichzelf had gedacht, aarzelt hij even. Dan zet hij niet één, maar twee bordjes neer. En knikt. Dat klopt beter.

Pas tegen de avond verandert zijn goede stemming. De baby is gearriveerd, hij heeft hem zelfs even over zijn donkere haartjes geaaid voor hij weer verder ging spelen. Maar aan tafel eet hij, anders dan we gewend zijn, nauwelijks. Op alle voorgestelde toetjes schudt hij van nee. Als hij een uurtje later na het boekje lezen voor het slapengaan, vergezeld van zijn twee slaapapies en met zijn nachtspeen in zijn mond, met een boos gezicht voor zijn vader gaat staan, blijkt wat hem dwars zat. Hij wil ook in het grote bed slapen. De middelen die hij daarvoor met zijn twee jaar tot zijn beschikking heeft, gooit hij geroutineerd in de strijd die dan volgt. Huilen, nog veel bozer kijken, zich op de grond laten vallen, zijn vader aan zijn haren trekken. Niks helpt. En dus schikt hij zich uiteindelijk, met bewonderenswaardige kindersouplesse, in wat zich blijkbaar buiten zijn macht bevindt.

Tot de volgende morgen. Dan vertel ik hem, samen op de bank, voorzichtig dat ik een dag later na twee weken kraamhulp weer terugga naar Nederland. Ik ben nog bezig met mijn zoektocht langs de klippen van zijn en mijn verdriet over dit vertrek. Opa heeft een eigen huis, we gaan skypen, veel meer heb ik ook niet in de aanbieding. Maar hij luistert al lang niet meer en springt met snelle beentjes van de bank.
'Ik ga mee!', besluit hij en loopt alvast naar zijn kamer om zijn twee apies te pakken.


Voor aankondigingen van nieuwe opastukkies, volg mijn Facebookpagina.